BELEIDSPLAN





6. Financiering

Ministerie van OCenW
Gemeente Amsterdam
Overige inkomsten

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
Het Vormgevingsinstituut is tijdens de eerste Kunstenplan-periode financieel ondersteund door het Ministerie van OCenW met een jaarlijkse subsidie van ruim 3 miljoen gulden. Dat was voldoende om een samenhangende visie te ontwikkelen en die in een beperkte hoeveelheid activiteiten naar buiten te brengen, waarbij opvalt dat het aantal aan ons gerichte verzoeken tot samenwerking blijft toenemen.

Voor de jaren 1997-2000 biedt een ondersteuning van 4,8 miljoen per jaar de mogelijkheid voor een substantiële versterking van de inhoudelijke activiteit van het Instituut, terwijl dat geringe consequenties heeft voor de personele bezetting (zie hoofdstuk 5, Personeel en zie Meerjarenbegroting I). Het Instituut meent met een dergelijke verhouding tussen personeel, financiën, beschikbare ruimte en technische infrastructuur een optimale verhouding te bereiken bij deĀ uitvoering van zijn programma's.

Er is een duidelijke ambitie. Tot nu toe zijn wij erin geslaagd onderwerpen als `Nieuwe Media' en `Ontwerpen voor Ouderen' naar de kern van de vormgevingsdiscussie te slepen. In beide gevallen dwingt de toegenomen belangstelling tot versterking van de aanwezige expertise. Het stadium van bewustmaking is gepasseerd; nu is er behoefte aan inhoud om het bewustzijn te voeden.

Wij willen meer waarde geven aan deze en andere thema's die het Instituut de afgelopen twee jaar heeft gesteld. Daarvoor is expertise nodig, een breder netwerk van partners en de mogelijkheid diepgaand te participeren in proefprojecten waarin de geldigheid van de nieuwe scenario's wordt onderzocht. De investering moet zoveel mogelijk ten goede komen aan de culturele betekenis van projecten, zowel in de voorbereiding als in de uiteindelijke verspreiding van het resultaat. Bovendien geeft een wat ruimere finĀnciering gelegenheid nieuwe thema's tijdig in het programma te betrekken. Door op een innovatieve manier gebruik te maken van de website wordt voor de verschillende onderwerpen een goed toegankelijk podium gecreëerd, ook voor mensen die niet direct bij de projecten betrokken zijn. In feite geldt ook de stapsgewijze opbouw van de website als een proefproject, waarin zeer veel verschillende specialisten en meerdere ontwerpers een bijdrage leveren. De ontwikkeling van deze netwerk-omgeving vereist een suĀbstantiële investering in kennis, experimenten en geld, omdat het Instituut ook in dit geval een voorbeeldwerking nastreeft.

De afwerende houding van het Ministerie van Economische Zaken ondermijnde in de afgelopen periode het vertrouwen op een structurele bijdrage uit deze, voor vormgevers zo essentiële component van het overheidsbeleid. Hoewel het ministerie de economische dimensie van de vormgeving wel onderkende, was er weinig gehoor voor wat werd beschouwd als een marktaangelegenheid waarin men - ten onrechte - geen duidelijke knelpunten onderkende. Het belang van vormgeving als concurrentiewapen kwam in het beleid nieĀt tot uitdrukking. Inmiddels hebben verschillende activiteiten van het Vormgevingsinstituut en ook enkele persoonlijke presentaties gezorgd voor opener verhoudingen, en zelfs voorzichtige belangstelling voor onze benadering.

Voor de periode `97-2000 onderzoekt het Instituut, liefst in samenwerking met het Ministerie van OCenW, de mogelijkheid van projectfinanciering door Economische Zaken. Een financiële betrokkenheid bij specifieke projecten op het gebied van de elektronische snelweg of de vormgeving voor ouderen is allerminst uitgesloten.

Zo'n zelfde bemiddelende taak zou het ministerie van OCenW kunnen vervullen ten aanzien van andere ministeries die met de thematiek van milieu, vergrijzing of werk en vaardigheid worden geconfronteerd.

Gemeente Amsterdam
De gemeente Amsterdam stelt om niet de behuizing in het voormalige museum Fodor beschikbaar. Bovendien werd een jaarlijkse bijdrage toegezegd in de exploitatie van het Instituut, ten behoeve van inrichting en ruimtegebruik. Overeengekomen werd dit bedrag van 150.000 gulden per jaar tot en met 1996 aan te wenden voor de verbouwingskosten van Fodor en daarna aan de projectsubsidie toe te voegen.

Nu het Instituut vooral in de jaren 1994 en 1995 een flinke investering heeft gedaan in het `geluidsklaar' maken van Fodor - dat wil zeggen het laten uitvoeren van onmisbare akoestische ingrepen - functioneert het gebouw naar grote tevredenheid als ontmoetingspunt van ontwerpers, theoretici, fabrikanten en publiek uit de hele wereld.

Aan de gemeente wordt gevraagd de afspraak van de afgelopen jaren te continueren voor de periode 1997-2000, met dien verstande dat het jaarlijkse bedrag van 150.000 gulden nu ook werkelijk beschikbaar is voor de exploitatie van het Instituut.

Overige inkomsten
Het Vormgevingsinstituut vraagt geen vergoedingen voor algemene diensten zoals informatievoorziening, beleidsondersteuning en advies. Ook lezingen en discussies zijn gratis toegankelijk voor het publiek. Voor deelname aan evenementen, voor het beschikbaar stellen van publikaties en voor het gebruik van de ruimte (alleen mogelijk voor verwante instellingen) worden kosten in rekening gebracht.

Vooral de vier kernthema's van het Instituut bieden de mogelijkheid van externe financiering, omdat zij gedurende een langere periode een gericht onderzoek mogelijk maken. Andere ministeries, de Europese Unie en enkele bedrijven zijn in de achterliggende periode al betrokken geraakt bij dergelijke activiteiten. De komende vier jaar zullen die contacten zodanig versterkt en uitgebreid moeten worden dat tussen 1998 en 2000 door middel van projectfinanciering een additioneel bedrag van 1,5 miljoen gulden per Ājaar beschikbaar is. Omvangrijke proefprojecten drukken dan niet op de begroting van de programma's, zodat daar voldoende ruimte blijft voor nieuwe initiatieven.





Klik hier om het hele document aan een stuk binnen te halen


SEND E-MAIL
[ updated 18 March 1996 ]