
|
5. Organisatie Bestuur Personeel Externe relaties
Bestuur
Het bestuur komt vier maal per jaar bijeen.
Personeel Gezien de wenselijkheid van inhoudelijke groei bij de thema's binnen het Instituut, is een toename van het personeelsbestand voor de komende jaren noodzakelijk. Vooral op het niveau van programma-ontwikkeling en -coördinatie is de afgelopen jaren een bijzonder zware wissel getrokken op de veelzijdigheid en vrijwel ongelimiteerde inzetbaarheid van de staf. Dat heeft betrekkelijk weinig gevolgen gehad voor het aantal activiteiten en het niveau van de uitvoering, maar werkte wel fnuikend voor de investerÀing in gedegener voorbereiding en in het bijzonder voor de verspreiding van de bevindingen. Voor de komende jaren moet het Instituut prioriteit geven aan die twee aspecten. Daarvoor zijn mensen nodig die inzicht hebben in de thema's en vaardigheid bezitten in het verspreiden van het `verhaal'. Bovendien moeten zij door hun betrokkenheid bij meerdere projecten vertrouwd kunnnen raken met onze werkwijze. Doordat er de afgelopen jaren een solide organisatorische basis is gelegd, kan die groei beperkt blijven tot enkele full time krachten, die het totaal tussen 1997 en 2000 op 15 brengen. Een kleine versterking - en een beperkte groei van de salariskosten ten opzichte van de periode 1993-1996 - betekent een directe injectie in de `output' van het Vormgevingsinstituut. Vrijwel geen tijd of inspanning wordt gevraagd voor versterking van de infrastructuur, zodat een belangrijk deel van de toegevoegde werkkracht rechtstreeks ten goede komt aan de inhoud en dus aan de zichtbaarheid van de programma's.
Wanneer wij erin slagen extra financiering te vinden voor enkele substantiële projecten, kan er gespecialiseerd personeel op contractbasis aan deze projecten worden verbonden.
Het inhoudelijk beleid van het Instituut wordt bepaald door de directeur, in regelmatig overleg met de programma managers. Zij bepalen de thema's en bespreken de gewenste vorm van projecten. Project-coördinatoren ondersteunen de uitvoering. Wat betreft de salarisstructuur en de arbeidsvoorwaarden volgt het Instituut de lijn die ook door andere instellingen op dit gebied wordt aangehouden.
Externe relaties Bij de evaluatie van het geleverde werk worden die partijen opnieuw betrokken; hetzij door middel van regelmatig formeel en informeel overleg, zoals met het ministerie van OCenW, met de Raad voor Cultuur en met de leden van het Platform Vormgeving van de Federatie van Kunstenaarsverenigingen, of op incidentele basis. Met de gemeente Amsterdam, met individuele gesprekspartners in de vakwereld en andere verwante partijen zoals de Innovatiecentra, de musea en de galeries wordt bij die gelegenheden gesproken oÀver de verwachtingen en de effecten die het Vormgevingsinstituut oproept, en wordt gekeken naar eventuele afstemming van toekomstige activiteiten. Bij de evaluaties wordt ook de receptie in de media betrokken. Het Instituut onderkent daarnaast de noodzaak van onafhankelijke evaluaties voor het versterken van programma's en projecten. Externe adviseurs wordt gevraagd om hun oordeel over de samenhang tussen de doelstellingen van activiteiten en de gerealiseerde effecten. Hun bevindingen maken deel uit van de jaarlijkse evaluaties in het kader van het jaarverslag. Er wordt structureel overlegd met, en incidenteel advies uitgebracht aan de Mondriaan Stichting ten aanzien van subsidieaanvragen op het gebied van vormgevingsmanifestaties. Ook met het Fonds voor Beeldende Kunst, Bouwkunst en Vormgeving wordt informatie uitgewisseld over individuele ondersteuning, en worden mogelijkheden tot samenwerking besproken. Na een periode van gewenning is ook het contact met het Stedelijk Museum inmiddels op gang gekomen. Wederzijdse programma's worden vergeleken om tot regelmatigÀe samenwerking te komen. Eind 1995 liggen er enkele concrete plannen voor gezamenlijk te ondernemen projecten in 1996, waarbij het uitgangspunt is dat de specifieke capaciteiten van het museum en het Vormgevingsinstituut worden gecombineerd. De ervaring van die samenwerkingen moet eind 1996 worden geëvalueerd om beslissingen over toekomstige projecten te kunnen nemen.
|
|
[ updated 18 March 1996 ] |