BELEIDSPLAN





4. Overige aandachtsgebieden

Deskundigheidsbevordering
Opdrachtenbeleid
Ondersteuning lagere overheden
Relatie met het beroepsonderwijs

De inbreng van het Vormgevingsinstituut ligt in het bijzonder op het gebied van de veranderende omstandigheden waarin ontwerpers werken. Via de ontwikkeling van de thema's worden scenario's onderzocht en voorbeelden gesteld die bruikbaar kunnen zijn voor het beleid van bijvoorbeeld de Lagere Overheden. Ze kunnen dienen als materiaal voor een discussie in het onderwijs. En in de uitvoering van het opdrachtenbeleid bieden de thema's ook houvast voor gerichte samenwerkingen tussen ontwerpers en bedrijven. Zoals eerder al is opgemerkt, gaat het ons daarbij uitdrukkelijk om bevordering van de deskundigheid. Projecten worden gericht op het vergaren, evalueren en verspreiden van nieuwe inzichten.

Deskundigheidsbevordering
De grote beroepsverenigingen voorzien met cursussen in de behoefte aan bijscholing op het gebied van bedrijfsvoering en beroepsspecifieke training. Het Vormgevingsinstituut kan en wil niet in de verantwoordelijkheden van de Tweede-Fase opleidingen of de beroepsverenigingen treden. De kleinere verenigingen dringen evenwel aan op ondersteuning. In overleg met een `grote aanbieder' als de bNO zal daarvoor een vorm moeten worden gevonden.

Binnen projecten is deskundigheidsbevordering een vanzelfsprekend aandachtsgebied. Seminars en workshops zijn in dit opzicht een onmisbaar instrument. In de komende periode organiseert het Instituut jaarlijks enkele tientallen workshops, verdeeld over de drie programma's. Verslagen van die bijeenkomsten leveren een bijdrage aan de kennis van deelnemers en geïnteresseerden.

Aandacht voor een onderwerp als `Ontwerpkritiek' vindt niet alleen een gewillig oor bij beroepsopleidingen en werkplaatsen, maar geeft bovendien mogelijkheden voor een verbinding met de universiteiten, waar serieus wordt gewerkt aan de training van een groep critici die op den duur in staat moeten zijn verdieping aan te brengen in de ontwerptheorie en het publieke debat.

Opdrachtenbeleid
In de heroriëntatie van het opdrachtenbeleid heeft het Instituut geconcludeerd dat daaraan goed invulling kan worden gegeven wanneer de opdrachten in relatie staan tot de kernthema's van het Instituut. Omdat wij ons daar bij uitstek op onbekend terrein begeven, is de behoefte aan voorbeelden het grootst. Wanneer bijvoorbeeld in het `Design for Ageing Network' wordt vastgesteld dat het in Europa ontbreekt aan een corpus van produkten waarin de filosofie van het `Ontwerpen voor Ouderen' goed tastbaar wo└dt gemaakt, dan beschikt het Vormgevingsinstituut over een passend middel om die ontwikkeling op kleine schaal te stimuleren. In het kader van het `Ontwerpen voor Ouderen' zijn twee opdrachten geformuleerd, die in 1996 tot presentabele resultaten zullen leiden. Ook de komende jaren worden opdrachten op dit gebied geformuleerd. Zo'n stimulans heeft vooral zin wanneer er producenten over de streep worden getrokken. De voorbeeldopdrachten zijn daarom een belangrijk instrument in de vorming van een steeds grot└er netwerk van betrokkenen.

Via de Europese partners kunnen die produkten en de ingezette kennis in publikaties en tentoonstellingen bekend worden gemaakt. Daardoor bereikt het voorbeeld een grote groep betrokkenen binnen en buiten Nederland.

Op dezelfde manier kan het opdrachtenbeleid worden gebruikt om op het gebied van `Info-Eco', `De Leesbare Stad' en `Skill' gewenste initiatieven uit te lokken. Daarbij behoort het tot de mogelijkheden om ook samen op te trekken met bijvoorbeeld een provinciale overheid of een woningbouwvereniging die als co-producent optreden. Het opdrachtenbeleid voegt zo een dimensie toe aan de `output' van het Instituut. Het bezwaar dat er toch een subsidietaak in het beleid zou sluipen, is op deze wijze ondervangen.

Ondersteuning Lagere Overheden
De adviesvragen van provinciale en gemeentelijke overheden zijn zeer uiteenlopend van aard geweest. Verzoeken om pure assistentie bij een keuzeproces werden afgewisseld door oriënterende gesprekken over de richting van het te voeren vormgevingsbeleid. Bij de besteding van de `gedecentraliseerde gelden' ontmoet ieder zijn of haar eigen problemen. De kracht van het Vormgevingsinstituut ligt vooral in de vroegste fase van de beleidsvorming: hoe ontwikkel je een samenhangende visie op dit gebied en hoe kan bijvoorbeeld een stad ervoor zorgen dat de aandacht voor vormgeving consistentie aanbrengt in de openbare ruimte, in de dienstverlening, in de herkenbaarheid en attractiviteit voor bewoners, bezoekers en bedrijven. Zo'n aanpak is ook na 1996 het passendst.

Door middel van kleine conferenties wordt deze visie nader toegelicht en aan de hand van voorbeelden geïllustreerd. Zo mogelijk sluit het Instituut aan bij initiatieven die door provincies of steden worden genomen. In 1996 organiseert het Instituut een werkconferentie, en zal het ook deelnemen aan de voorbereiding van een bijeenkomst die door de provincie Noord-Holland is geïnitieerd.

Doel daarbij is mede aandacht te vragen voor een versteviging van de beschikbare budgetten voor vormgeving. Door de koppeling van verschillende gemeentelijke en/of provinciale geldstromen bij een vormgevingsopdracht kan het effect aanzienlijk groter worden. Bovendien doet zich een mogelijkheid voor om de samenwerking tussen gemeenten en lokale bedrijven aan de orde te stellen, waardoor beperkte budgetten wellicht grotere investeringen kunnen uitlokken. Interne samenwerking of het contact met partijen buite└n de overheid versterkt het gemeenschappelijk besef van de kwaliteit die vormgevers kunnen toevoegen.

Waar het directe opdrachtbegeleiding voor gemeenten en provincies betreft - procedures, keuzeprocessen, aanbestedingen, etc. - mist het Instituut de noodzakelijke infrastructuur. Het is naar ons inzicht zinvol te onderzoeken of de provinciale culturele instellingen of een organisatie als `Architectuur Lokaal', die precies deze procedurele diensten verleent ten aanzien van lokale bouwopdrachten, de rechtstreekse advisering voor hun rekening zouden kunnen nemen.

Relatie met het beroepsonderwijs
`De studenten van nu zijn de vormgevers van de toekomst', stelde het Beleidsplan van 1994. In al zijn optimisme is het een uitgangspunt dat ook vandaag geldt, al is de constatering dat op dit moment ieder jaar 30.000 vormgevers van de toekomst de Europese academies verlaten geen onvermengd positieve gedachte. Ook wanneer het Instituut zoekt naar de mogelijkheden die zich voor ontwerpers gaan voordoen, zal geen enkel scenario een passend antwoord kunnen geven op deze massale uitstroom. Door de thematiek van het Instituut zo breed mogelijk toegankelijk te maken, zal de visie ongetwijfeld tot academies en technische universiteiten doordringen. In verschillende samenwerkingen (onder meer met de Technische Universiteit Eindhoven, de Hogescholen voor de Kunsten in Utrecht en Arnhem en de Gerrit Rietveld Academie) en door onze betrokkenheid bij een `afstudeerproject' als Eternally Yours dat gericht is op duurzame produktontwikkeling, is sprake van directere afstemming van agenda's.


SEND E-MAIL
[ updated 18 March 1996 ]