BELEIDSPLAN





3. Gereedschappen

Kennisverspreiding
Informatie
Promotie
Coördinatie

Kennisverspreiding, informatie, promotie, coördinatie en het vervullen van een platformfunctie zijn in het vroegste stadium aangemerkt als wezenlijke bestanddelen van het werk van het Vormgevingsinstituut. In de inleiding hebben wij al getracht aan te geven dat die activiteiten geleidelijk een integraal onderdeel zijn geworden van de projecten die het Instituut onderneemt. De reden daartoe ligt voor de hand: het delen en verspreiden van kennis en informatie is in belangrijke mate afhankelijk van de reĀsultaten die projecten opleveren. Promotie heeft als afzonderlijke bezigheid slechts een geringe betekenis en om werkelijk als platform te kunnen functioneren, moet het platform zelf minstens een profiel hebben. De vereiste samenhang wordt aangebracht door de programma's. Zij dwingen genoemde functies als vanzelf af.

Kennisverspreiding
Alle activiteiten die het Instituut onderneemt, zijn gericht op de verwerving en verspreiding van inzichten, informatie en ervaring. Daarbij ligt de nadruk op informatie die een nieuw licht werpt op de vraagstukken waarmee vormgevers en hun opdrachtgevers te maken krijgen. Het Vormgevingsinstituut werkt daarbij zowel één-op-één (door rechtstreekse contacten met belangstellenden in gesprekken of workshops), door breder bezochte lezingen en exposities waarbij de persoonlijke ervarĀing van de bezoeker wordt aangesproken, als via publikaties die toegankelijk zijn voor een groot publiek.

De Nieuwsbrief geeft vier maal per jaar globale indicaties van de voortgang van projecten, er verschijnen projectbeschrijvingen en CD-Roms, er wordt meegewerkt aan catalogi, symposia, jury's, televisieprogramma's en tijdschriften. In al die gevallen wordt vooraf gezocht naar het gewenste bereik.

Op een planmatige manier kan daarbij ook contact worden gelegd met groepen die niet direct betrokken zijn bij workshops of conferenties: een breed publiek van scholieren, studenten en andere potentieel belangstellenden. Voor de periode 1997-2000 overweegt het Instituut contact met het L.O.K.V. om daar projecten over mode of nieuwe media te initiëren. De drie tentoonstellingen die het Instituut tot nu toe `in huis' maakte (Toshio Iwai, Masterclass Arai en The Flat Space) trokken opmerkelijk veel aandacht van middelbare scholen en vakopleidingen. Ook de website van het Instituut kan een bruikbaar uitgangspunt voor programma-ontwikkeling zijn.

Door middel van een eigen website kan het Instituut via internationale computernetwerken communiceren met een gemeenschap geïnteresseerden die in principe ongelimiteerd is. In dat laatste geval is de permanente mogelijkheid van `feedback' een aanstekelijke extra verworvenheid, die ten tijde van Doors of Perception 3 in de praktijk is getoetst. De website groeit de komende jaren uit tot de organisatorische ruggegraat van het Instituut. Het biedt een publikatiemedium en een gemeenschappelijke `werkruimte' voor mensen die vanuit verschillende plekken bijdragen leveren aan hetzelfde project.

De ervaring tot dusver onderstreept de complementaire betekenis van de website. Het is een aanvulling op papieren documentatie en `live' ontmoetingen. Het Instituut loopt met deze werkwijze wellicht vooruit op de mogelijkheden van een deel van onze omgeving. Anderzijds zal het werk via netwerken snel tot de alledaagse praktijk van het ontwerpen gaan behoren. De ervaring met deze nieuwe werkwijze moet dan ook tijdig aan de ontwerpgemeenschap worden doorgegeven.

Speciale aandacht wordt gegeven aan evaluatie, verslaglegging en voortzetting van de activiteiten, zodat de opgedane kennis niet verloren gaat. Het `kennissysteem' van het Instituut is erop gericht de opgedane kennis en ervaringen zo goed mogelijk over te dragen aan onze partners en het publiek. Vaak brengen de projecten eenmalige contacten teweeg tussen zeer uiteenlopende specialisten. Om de sfeer en inhoud van die ontmoetingen vast te leggen worden diverse wijzen van registratie beproefd: beeldregistratiĀe, tekeningen, transcripties, geschreven impressies en vastlegging van discussies in de website.

Informatie
De informatievoorziening ligt in eerste instantie in het verlengde van de hierboven beschreven kennisverspreiding. Het Vormgevingsinstituut heeft zich de afgelopen periode - parallel aan de evolutie naar een projectgerichte organisatie - steeds meer kunnen profileren als een vraagbaak voor kwesties die gerelateerd zijn aan de kernthema's. Bij de opbouw van een bibliotheek, bij het verzamelen van voorbeelden en bij het inwinnen van informatie krijgen die gebieden voorrang. Het Instituut zoekt zoveel mogelijĀk contact met primaire informatiebronnen als bibliotheken, musea en professionele archieven, en oriënteert zich binnen gespecialiseerde netwerken in het onderwijs en de industrie.

Daarnaast blijkt er aantoonbaar behoefte te bestaan aan algemene informatie over de vormgeving in Nederland en daarbuiten. Het Instituut neemt die taak als openbaar informatiepunt zeer serieus. Door vragen en antwoorden te inventariseren groeit de parate kennis en bovendien neemt het bestand aan boeken en tijdschriften toe zonder dat wij ons zelf de rol van een bibliotheek of archief toedichten. Het merendeel van de vragen kan afdoende worden beantwoord. Voor zover de gevraagde hulp niet rechtstreeks door het Instituut kan worden gegeven, probeert het door te verwijzen naar dezelfde primaire bronnen waaruit ook het Instituut zelf zijn informatie betrekt.

Tenslotte groeit het aantal verzoeken om oriënterend te praten met organisatoren, opdrachtgevers, tentoonstellings- en programmamakers die aandacht aan vormgeving willen besteden. Die functie doet een steeds groter beroep op de beschikbaarheid van gesprekspartners in het Instituut.

Promotie
Een subtielere vorm van promotie dan de simpele mededeling dat de Nederlandse ontwerpwereld een ongekende kwaliteit te bieden heeft, is het gevolg van de gekozen werkwijze. In de projecten worden samenwerkingen gezocht, waarbij ondernemers, distributeurs en ontwerpers betrokken zijn die vaak elkaars werk nauwelijks kennen. Eerdere projecten, zoals de discussies over het belang van prototypen in het produktieproces, bewezen het `zelforganiserend vermogen' van de partijen aan tafel. Het grootwinkelbedrijf enĀ enkele kleine producenten ontdekten daar een gezamenlijk belang. Hun beslissing tot samenwerking heeft vervolgens weer invloed op wat het publiek te zien krijgt en dus op de bekendheid met dit type produkten. Ook internationale projecten als Doors of Perception hebben een duidelijke promotionele waarde. Wellicht volstaat het voorbeeld van de CD-Rom die het tijdschrift Mediamatic in samenwerking met Vormgevingsinstituut van de eerste conferentie maakte. Bij Nederlandse en internationale festivals, prijsuitreikingen en presentaties is dit Nederlandse multi-media produkt voortdurend naar voren geschoven als uitnemend voorbeeld van een `state of the art' toepassing van interactieve vormgeving. Die reputatie zal zijn uitstraling op het imago van de Nederlandse ontwerpers niet missen.

Het Vormgevingsinstituut ziet het meeste (promotionele) heil in de voorbeeldwerking van projecten en produkten. De krachtenbundeling met de modeontwerpers van Le Cri Néerlandais (shows in Parijs en de produktie van de CD-Rom `Défilé sans public' in 1995) is op dat principe gebaseerd: stimuleer en initieer veelbelovende concepten en probeer die binnen en buiten Nederland onder de aandacht te brengen van een vakpubliek. Zij zullen de boodschap verder verspreiden en uiteindelijk bijdragenĀ aan de reputatie van het Nederlands ontwerp.

Coördinatie
In feite ligt het hele functioneren van het Vormgevingsinstituut verankerd in zijn coördinerende taak. Projecten komen door coördinatie tot stand, en ook bij de verspreiding van kennis blijft coördinatie met de ontvangende partijen een cruciaal gereedschap.

Voor zover noodzakelijk voorziet het Instituut in de gewenste intermediaire functie binnen het vakgebied. Nederlandse en buitenlandse beursorganisatoren en tentoonstellingsmakers die zich oriënteren op de mogelijkheden, treffen in het Instituut een eerste aanspreekpunt. Soms blijkt die coördinatie te leiden tot verwijzing naar direct betrokken instanties, zoals de beroepsverenigingen of individuele ontwerpers in een bepaalde branche. Soms zijn het projecten waarbij het Instituut zelf actief betroĀkken raakt.

Datzelfde geldt voor de contacten met de (inter)nationale (vak)pers. Ook hier is het Vormgevingsinstituut allereerst een plek waar men zich oriënteert. Zoveel mogelijk brengt het Instituut daarna relaties tot stand met ontwerpers of deskundigen op het gebied van de vormgeving. Deze aanpak past bij een terughoudend profiel in de directe belangenbehartiging. Om die functie te vervullen zijn er geschiktere partijen dan het Vormgevingsinstituut.

In de veelheid aan initiatieven die de Nederlandse vormgevingswereld genereert, is enige afstemming wenselijk. Die behoefte in het veld varieert sterk. Blijkbaar communiceren musea, ontwerpers, galeries en publicisten al vrij uitvoerig over programma's en ideeën. Bovendien voorzien de ontwerpbladen meer dan voorheen in deze forumfunctie. Zo er al sprake is van behoefte aan een platform, dan zal dat vooral het geval zijn bij onderwerpen die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de kernthematiek van het InsĀtituut.


SEND E-MAIL
[ updated 18 March 1996 ]